Moesstraat naar Pieterburen: nog 32 kilometer
Hier op dit punt in de Moesstraat sta je zes meter boven NAP. Loop je naar het zuiden, richting Sint-Pietersberg, dan is de hoogte op de Grote Markt twaalf meter, maar het Pieterpad vermijdt de markt en loopt er westelijk en lager omheen. Loop je naar het noorden, naar Pieterburen, dan eindigt de Hondsrug, want daar is (oud) Groningen op gebouwd, abrupt bij de Wilgenlaan die vierhonderd meter verder de Moesstraat raakt.. de hoogte daalt dan snel naar ± één meter boven NAP. Je staat hier op het, vruchtbare uitloper van de Hondsrug. Een zandrug met een laagje klei. Voor de bloei van de stad waren ook de riviertjes Drentse Aa, de Hunze aan beide zijden van de Hondsrug en het Reitdiep naar Zoutkamp voor nodig.
De 17e-eeuwse Moesstraat ligt buiten de oude stadsgrens die bestond uit een stadsmuur, een lemen wal met bastions, grachten en stadspoorten. De Stad-Groningers kwamen er niet, de buurt had een dorps karakter en er werd een eigen Hoogelands Gronings dialect gesproken. Tussen de Moesstraat en de Nieuwe Boteringestraat stond de Nieuwe Boteringepoort. Van alle negen Groningse stadspoorten is er één bewaard gebleven, de Herenpoort, en die staat in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam. Na de Vestingwet van 1874, konden stadswallen en poorten gesloopt worden. Op een restant van de stadswal is, vanaf 1881, het Noorderplantsoen aangelegd.
De Moesstraat is eeuwenlang een pad langs de tuinderijen van de groente- en fruittelers, de moeskers, en de koemelkers: boeren met enkele melkkoeien. De moeskers en koemelkers zijn kleine zelfstandigen en ze verkopen dagelijks hun producten in de stad, zelfs lang nadat de melkfabrieken zijn opgericht. Begin 1900 wonen en werken er 26 moeskers en 11 koemelkers in de Moesstraat. Ze hadden gemiddeld anderhalve hectare grond; de akkers konden ver van de Moesstraat liggen. De straatnamen verwijzen naar dit boerenverleden: Koolstraat, Akkerstraat. Tuinbouwstraat, Fruitstraat, Radijsstraat.
De laatste boerderij, aan de Moesstraat 20, is pas in 1995 afgebroken. Het was de laatste stadsboerderij. JG Bakker schreef in 1954 over de koemelkers: “De koemelker is een eenvoudige doch hardwerkende boer die vooral op de melkproductie gericht was. Vooral de koemelkerslijters blijken vrolijke en goed van de tongriem gesneden personen. Zij blinken niet uit door kerkbezoek, dragen bril cream in het haar en drinken graag een borrel.” Deze karakteristiek zal ook voor de moesker gelden.
In 1884 wordt de spoorlijn naar Delfzijl aangelegd waardoor de straat in tweeën wordt geknipt. Begin jaren zeventig wordt het spoor vanwege de groeiende bevolking in de wijken ten noorden van het spoor, ondertunneld. De straat is tegenwoordig een drukke fietsroutes naar Zernike, het iets noordelijker gelegen Universiteitscomplex waar het Pieterpad, via de Paddepoelsterweg, langsloopt.
De straat herbergt een aantal unieke panden die iets van de geschiedenis vertellen.
- Je staat voor De Studio, (Moesstraat 7-9-11), een groot gebouw dat van de Moesstraat tot de Akkerstraat loopt en wat tot 1980 de hoofdvestiging van uitgever en drukker Wolters-Noordhoff is geweest. Het is in 1921 gebouwd (naar een ontwerp van architectenbureau Rijnboudt). In 1988 zijn de bovenste drie verdiepingen omgebouwd tot 72 appartementen en is de begane grond een verzameling ruimtes voor zeer diverse organisaties: Het gemeentelijk Kunstencentrum Vrijdag is de grootste gebruiker, maar er is een yogastudio, fitness centrum, architectbureau, radiostudio….
- Moesstraat 2 is de hoek van de Moesstraat en de Grachtstraat. Hier staat een woning uit 1866 met een trappetje: dit was vanaf 1903 tot …een politiebureau. Aan de Grachtstraatkant zijn de tralies van de cel bewaard gebleven. Naar verluidt werden veel dronkenlappen (moeskers en koemelkers) op een handkar door het poortje in de cel gegooid.
- Tegenover De Studio, bij Moesstraat 8, is de toren te zien van de Heilige Hartkerk. De rest van de kerk is in 1994 afgebroken vanwege de kleiner worden katholieke gemeente. Er hoorde ook een klooster bij voor de zusters Franciscanessen wat nu het Centrum voor Spiritualiteit de Poort, Moesstraat 20, De prachtige tuin grenst is aan de lagere- of oude bewaarschool, St.Ludgerusschool, in de Tuibouwdwarsstraat 11. In de toren is de lift gebouwd voor de nieuwbouw. ‘s Nachts luidt de klok niet. De nieuwbouw is ontworpen door bureau de Zwarte Hond, en is een zorglocatie van Noorderbrug.
- Het hoekpand Moesstraat 33 Tuinbouwstraat, met op de begane grond café de Moesker en woningen er boven, is in 1934 gebouwd. Het heeft een opmerkelijke ronde hoek met daarin bolle ramen. De architect, A. Feberwee, speelt met kleine en grote ramen en donker baksteen, met een sierlaag voor de begane grond tegen rood baksteen voor de bovenlagen. Horizontale lijnen van wit beton benadrukken de dynamiek. De erkers beginnen op de eerste verdieping zodat de rooilijn niet wordt overschreden. De rooilijn aan de andere, westelijke kant van de straat wordt bijna overal overschreden En volgt de oude perceelverdeling van de boerderijen en neringdoenden.
- Moesstraat 46, het Ter Schouw-van Sanenhuis, was een gasthuis, uit 1929, met acht woningen voor ouderen (architect G. Bos). Het wettelijke pensioen voor ouderen (AOW) zal nog 48 jaar op zich wachten. Het waren privépersonen en kerken, die zorgtaken voor wezen, minder bedeelden, ouderen op zich namen. Willem Ter Schouw liet voor ouderenzorg een erfenis na, ter nagedachtenis aan het werk van zijn ouders, Johannes Ter Schouw en Clementia van Sanen. Tegenwoordig is het pand van woningbouwvereniging Lefier en wordt het beheerd door Humanitas en is het een begeleid woonproject voor jongeren. Er zijn 12 kamers. Let op de prachtige glas in lood ramen rond de deur en op de eerste verdieping.
- Moesstraat 38 is de ingang van de Noorderbegraafplaats die in 1827 werd aangelegd omdat door een epidemie het gemeentebestuur eiste dat begraafplaatsen buiten de stadsmuren moesten worden aangelegd. Een deel is, tot 1909, bestemd voor Joodse Groningers, waarna een nieuwe Joodse begraafplaats iets noordelijker aan de Iepenlaan wordt aangelegd. Op de Noorderbegraafplaats liggen een aantal bekende Groningers, waaronder Pieter Roelf Bos, de samensteller van de Bos-atlas.
- Moesstraat 98-91 is de toegang tot de Flankeurspoort. De boven de poort aangebrachte gevelsteen met geit verwijst naar alle waarschijnlijkheid naar de koemelkers, de kleine veehouders, die, voordat de Tuinwijk gebouwd werd, op dit stukje land woonden
Noorderplantsoen: naar de St Pietersberg: nog 467 kilometer
Hoewel het Noorderplantsoen op de historische stadswal is aangelegd, in fasen vanaf 1881, en bijvoorbeeld de loop van de vijvers de hoeken volgen van de oude verdedigingsbastions, is iets anders in het ontwerp veel opvallender. Loop je van de Moesstraat het park in om het Pieterpad te vervolgen dan zie je rechts bij de vijver een pad dat laag loopt, en een pad dat naar boven gaat. Het grasveld er tussen is enigszins hol. Van beide paden zie je het einde niet. Ze maken een bocht of gaan over een kleine richel heen. Sommige paden in het park verdwijnen in de schaduwen van hoge bomen en struiken, andere paden gaan naar open plekken. Het is duidelijk dat het park asymmetrisch is aangelegd met veel hoogteverschillen en bochtige paden. Ook door kleurverschillen in de het bladerdek en zelfs bladgrootte wordt een sluw spel gespeeld met het perspectief. Het park heeft veel lange zichtlijnen die eindigen aan een kim, in de bocht, op de verhoging wat een soort eindeloosheid suggereert. Het is typisch voor de Engelse landschapsstijl. Het Noorderplantsoen is met zijn 1.200 meter lengte en 100 à 200 meter breedte een klein park, maar al wandelend is er even de illusie dat het groot is.
Daarentegen is de grote vijver aan de Kruissingel, bij het restaurant Zondag, dubbelzijdig symmetrisch. Zowel in de vorm van de vijver als de beplanting. Hier overheerst het idee dat de natuur zich moet schikken naar een rationele vorm – de Franse landschapsstijl.
Het restaurantpaviljoen is gebouwd als theesalon in 1930, op de plek waar een kiosk stond voor versnaperingen dat later nog verbouwd werd tot melksalon Vredewold. Voor de liefhebbers: in het park staan zo’n vijftig verschillende boomsoorten waaronder exoten als Steeneik, Amerikaanse paardenkastanje, …maar het zijn de grote populieren, platanen, rode beuken, kastanjes, iepen die het park karakter geven. In het voorjaar groeit en bloeit er bosgeelster, holwortel, bosanemoon, daslook etc. En als je in de herfst of winter er ’s nachts loopt kan een bosuil horen. Er staan of liggen van zes kunstenaars beelden in het park. Direct bij de Moesstraat staat op het eilandje in de vijver een bronzen, gestileerde Lepelaar met ‘’lepelaarbloemen’’ van Jan Van Baren. Verderop aan de Leliesingel kom je de ‘’Zonaanbidster’’ tegen van Mattheus Meesters. Voor alle beelden zie: https://www.kunstpuntgroningen.nl/kunstroute/kunstroute-door-het-noorderplantsoen
In 1995 werd het park, na jarenlange discussie, afgesloten voor auto’s en motoren. De route door het park was een ideale en zeer drukke sluiproute van het zuiden naar het noorden van de stad. Beno Hofman, stadshistoricus tot zijn overlijden in 2018, roept de vraag op, al wandelend door het Noorderplantsoen, of na de afsluiting inderdaad wel gebruik gemaakt gaat worden van het park door recreanten. Tegenwoordig maken duizenden mensen dagelijks gebruik van het park: als fietsroute, sportbaan of om te ontspannen. In de laatste weken van augustus is het park tien dagen decor voor het grote Noorderzonfestival.
Tekst: Jacob de Vries
Foto: © Groningen Archieven