Paddepoelsterweg

De Paddepoelsterweg is zeer oud. Uit de kleiweg die onder het asfalt ligt, worden laat middeleeuwse voorwerpen gevonden. Vlak naast de weg zelfs een aardewerken restant uit de 1e eeuw.

De naam Paddepoel verwijst naar de Pol (hoogte) van Padde (een voornaam; het is onbekend wie Padde was). Nat en droog wisselen eeuwenlang stuivertje in dit drassig, zeekleigebied. Alleen op de kunstmatig aangebrachte verhogingen, de wierden (terpen) kunnen kleine boerengemeenschappen veilig leven. De Paddepoelsterweg is een belangrijke verbinding tussen het dorp/de stad Groningen (het eigende zichzelf in de 14e eeuw stadsrechten toe) en de noordelijke ommelanden

De enige boerderij aan de stadskant, Paddepoelsterweg 16, zo’n 300 meter van de (voorlopig) verdwenen Paddepoelsterbrug,  heeft een gevelsteen met daarin de naam ‘Groevelderie’. Het verwijst naar de oude 17e-eeuwse boerderij-herberg. de Grouwelderie. die hier heeft gestaan. Men verkocht er o.a. gortepap (krentjebrei, watergruwel). Er zit op de boerderij, tot in de jaren twintig van de vorige eeuw, een horeca-vergunning. Het huidige voorhuis van de boerderij is van 1936. Tegenover de boerderij is een hoekje gereserveerd voor bijenkasten. Bij de boerderij wordt de honing verkocht.

De rol van de kloosters in het veilig en productief maken van het natte Hogeland kan niet onderschat worden. Vanaf ± 1200 tot 1584 staat het Benedictijns klooster Maria Virgo, of klooster Siloe, vlak naast Paddepoelsterweg. Het in 1934 gegraven van Starkenborghkanaal gaat dwars door het kloosterterrein heen. Het klooster heeft net iets noordelijk van het kanaal zijn gebouwen. Op de oude plek van het klooster is een boerderij die Grootklooster heet.

Halverwege de Paddepoelsterweg is een graspad dat Laan naar ’t Klooster heet. Aan het begin van van het laantje staat een ijzeren hand met een gedicht van Albertina Soepboer:

Het klooster van Maria Virgo

De kloostermoppen zijn weer teruggekeerd in de klei
Over het weiland scheren de lage zwaluwschaduwen.

’s Ochtends daalden de kloosterlingen de wierde af
In de kasteelruïne bezongen zij de aardse armoede
terwijl de dood nog rondwaarde. Toen de regen inzette,
droeg de hemel het kleurteken van een oud verbond.

Ze zagen hoe boven het klooster de oude geest bad
van een valk op jacht hoe hij sporen in de grond
bespiedde en zich toen liet vallen. De valkenierster
van het hart stak de leren handschoen naar hem uit.

Loop je het graspad af dan kom je aan het eind, langs het van Starkenborghkanaal een tweede ijzeren hand tegen met in de palm een gedicht van Jan van den Berg over het klooster:

Hoe vaak wordt niet onder het koel geboomt’
de kloosterhof tot hemeltuin verdroomd?
Geen monnik is er meer waar nu Gods water
Wel heel erg gul over Gods akker stroomt.

De boekdrukkunst wordt pas in de 15e eeuw uitgevonden, en dat maakt de abdij, met zijn grote bibliotheek, tot een machtige uitvoerder in de rechtspraak: bijvoorbeeld bij het sluiten van handelscontracten, huwelijken, of bij geschillen over eigendomsrecht .

Het klooster heeft een verblijf voor nonnen en voor de broeders gehad. Abt Henrik Vries komt als priester van Baflo in 1444 naar klooster Selwerd. Hij is de vader van de humanist Rudolf Agricola. Een voorganger van en inspiratie voor Erasmus.

Er concentreerde zich meer macht op deze plek want vlak naast de abdij wordt in de 13e eeuw een versterkt steenhuis (‘kasteel’) gebouwd waar de Heren van Selwerd, de prefecten, de vertegenwoordigers van de eigenaar van dit gebied, de bisschop van Utrecht, wonen en heersen. De bisschop van Utrecht heeft vanaf 1040 van Duitse keizers landgoederen en rechten in leen gekregen.

Over de bewoners van de kastelen is niet veel bekend. Maar één familielid en ‘hoofdman’ van de Groninger prefecten, is Rudolf of Rolf de ‘Prediker’. Hij  hanteert vermoedelijk meer het zwaard dan de bijbel. Op 21 december 1355 moet hij namelijk aan de stad beloven alle kooplieden unbihindert van en naar Groningen te laten reizen en door hem geroofde goederen terug te betalen. Dat gebeurt, maar Rudolf gaat door met zijn piraterij en wordt in 1357 door de stad Groningen ter dood veroordeeld en opgehangen.

De stad Groningen eigende zich, in de 16e eeuw, het terrein toe nadat geuzen het in het begin van de tachtigjarige oorlog hebben ingenomen en het in brand staken toen ze vertrokken. De monniken en nonnen vluchten voor bescherming naar de stad.

De contouren van het steenhuis zijn nog in het landschap te zien. Loop  de Laan naar ‘t Klooster af en boven op de uitkijktoren zie je, richting de begraafplaats Selwerderhof, enkele welvingen in het weiland. Hier liggen de fundamenten van het kasteel.

Albertina Soepboer schreef op de derde ijzeren hand:

Kasteel Selwerd

In dit uitzicht zijn slechts dunne lijnen te bespeuren,
heeft tijd zich laten overgroeien met paarse distels.

In een vroeg jaar lieten de Heren Egbert en Ludolf
de valk op. In zijn vleugelslag mat hij de omvang
van landerijen. Tussen de meanders van Aa en Hunze
viel zijn oog tenslotte op de dolende vreemdeling.

Toen de man over de kilte van een stenen vloer rolde,
klaterde hoongelach tegen de kasteelmuren. Een hart
bloedde, maar het was de tijd niet dat Heren het hoofd
bogen. Eenzaamheid had zich in hun zwaarden geslepen.

Lopend over de Paddepoelsterweg zie je aan de westelijke kant, achter een groene bufferstrook, de contouren van het grote Zernike-complex, waar met name de bèta- faculteiten (wiskunde, natuurkunde, chemie, informatica en biologie, en ook bedrijfskunde/economie) van de Rijksuniversiteit Groningen staan. Ook een groot deel van de Hanzehogeschool is op Zernike. En er zijn enkele tientallen  verwante bedrijven gevestigd.

Er loopt een kort fietspad van de Paddepoelsterweg naar Zernike. Er ligt een weiland naast, en het noordelijke deel van het weiland is een driehoek waar de stad Groningen tot in de 19e eeuw een galgenveld had. In 1860 worde de laatste Nederlander geëxecuteerd door ophanging. In 1870 wordt bij wet de doodstraf in vredestijd afgeschaft. In 1990 verdween het ook uit het militair strafrecht.

Lammert Tiesinga schreef op de hand:

Galgenveld

Waar de dood
mij wacht,
daar ben ik werkelijk
alleen. Ik zie mijzelf,
ik loop, men duwt en schopt
en drijft mij naar de paal, omklemt
mijn hoofd en trekt het in de strop en trekt en trekt …
totdat ik wegzink in een waas. Dit is
waarvoor ik vrees,
wat zich straks
zondermeer
voltrekt.

Halverwege de Paddepoelsterweg ligt het Selwerderhof (1939, eerste begrafenis in 1949), de grootste begraafplaats (± 20.000 graven) van de stad.

De reis door de geschiedenis eindigt bij de rondweg: daarna zie je aan de oostelijke kant van de Paddepoelsterweg de wijk Selwerd en aan de westelijke kant de wijk Paddepoel. Beide wijken zijn vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw ontstaan. Selwerd is de meest diverse woonwijk van Groningen. Loes Heebink verbeelt die verscheidenheid met een object, ‘Levensloop’ (2013), op de kruising met de Spirealaan. Schoenen van bewoners uit tientallen landen zijn verzameld, in aluminium gedompeld en geplaatst onder een wegwijzer die de richting van alle continenten aangeeft.

De route van het Pieterpad verlaat de Paddepoelsterweg bij de Eikenlaan. En gaat oostelijk verder voorbij de Vensterschool, zwembad de Parrel, sporthal Selwerd en slaat dan rechtsaf het Sleedoornpad in langs het Reitdiepcollege en de Noorderbegraafplaats en komt uit in de Moesstraat.


Bronnen

VVV Groningen

Website Birdeyes.nl

Beno Hofman – Kasteel en klooster Selwerd

Winikpedia Paddepoel

Erfgoedafdeling gemeente Groningen/nieuwsacrhief

Grouwelderij groninganus

Kunstpunt Groningen