Moesstraat

Moesstraat, 1900 – 1910, van zuid naar noord, spoorovergang (foto: Beeldbank Groningen)

Hier op dit punt in de Moesstraat, voor de Studio, sta je zes meter boven NAP. Loop je naar het zuiden, richting Sint-Pietersberg, dan is de hoogte op de Grote Markt, hartje centrum van de stad, twaalf meter, maar het Pieterpad vermijdt de markt en loopt er westelijk en lager omheen. Loop je naar het noorden, naar Pieterburen, dan eindigt de richel waarop Groningen is gebouwd, abrupt bij de Wilgenlaan die vierhonderd meter verderop de Moesstraat raakt. De hoogte daalt dan snel naar ± één meter boven NAP. Hier, in de Moesstraat, sta je op de vruchtbare uitloper van de Hondsrug. Een zandrug die 150.000 jaar geleden is ontstaan en waar in de loop van de eeuwen door de zee vruchtbare laagjes slib zijn afgezet. Voor de bloei van de stad zijn ook de riviertjes Drentse Aa en Hunze aan beide zijden van de Hondsrug, en het Reitdiep naar Zoutkamp, onmisbaar geweest.

De 17e-eeuwse Moesstraat ligt buiten de oude stadsgrens die bestond uit een stadsmuur, een lemen wal met bastions (dwingers), een gracht en stadspoorten. De Stad-Groningers kwamen er niet, de buurt had een dorps karakter en er werd een eigen Hogelands dialect gesproken.

Nieuwe Boteringepoort (foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Tussen de Moesstraat en de Nieuwe Boteringestraat stond de Nieuwe Boteringepoort. Van alle negen Groningse stadspoorten is er één bewaard gebleven, de Herenpoort, en die staat in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam. Na de Vestingwet van 1874, konden stadswallen en poorten gesloopt worden. Op een restant van de stadswal is, vanaf 1881, het Noorderplantsoen aangelegd.

Een moesker. (Foto: Grtonings Archief)

De Moesstraat is eeuwenlang een pad langs de  tuinderijen van de groente- en fruittelers, de moeskers, en de koemelkers: boeren met enkele koeien of geiten. De moeskers en koemelkers zijn kleine zelfstandigen, ze verkopen dagelijks hun producten in de stad, zelfs lang nadat de melkfabrieken zijn opgericht. Begin 1900 wonen en werken er 26 moeskers en 11 koemelkers in de Moesstraat. Ze hadden gemiddeld anderhalve hectare grond.

Een koemelker, mevrouw Wielinga, 1919 (foto: Gronings Archief)

De omringende straatnamen verwijzen naar dit boerenverleden: Koolstraat, Akkerstraat. Tuinbouwstraat, Fruitstraat, Radijsstraat. De laatste boerderij, aan de Moesstraat 20,  is pas in 1995 afgebroken.

J.G. Bakker schreef in zijn eindscriptie sociologie over de koemelkers (1954): “De koemelker is een eenvoudige doch hardwerkende boer die vooral op de melkproductie gericht was. Vooral de koemelkers blijken vrolijk en goed van de tongriem gesneden personen. Zij blinken niet uit door kerkbezoek, dragen bril cream in het haar en drinken graag een borrel.” Deze karakteristiek zal ook voor de moesker gelden. Het is ook niet voor niets dat Moesstraat 2 een politiebureau is geweest.

In 1884 wordt de spoorlijn naar Delfzijl aangelegd waardoor de straat in tweeën wordt geknipt. Begin jaren zeventig wordt het spoor vanwege de groeiende bevolking in de wijken ten noorden van het spoor, ondertunneld.

De straat is tegenwoordig een drukke fietsroutes naar Zernike, het iets noordelijker gelegen universiteitscomplex waar het Pieterpad, via de Paddepoelsterweg, langsloopt.

De straat herbergt een aantal unieke panden die iets van de geschiedenis vertellen.

Je staat voor De Studio, Moesstraat 7-9-11,een groot gebouw dat van de Moesstraat tot de Akkerstraat loopt en wat tot 1980 de hoofdvestiging van uitgever en drukker Wolters-Noordhoff  is geweest. Het is in 1921 gebouwd (naar een ontwerp van architectenbureau Rijnboudt). In 1988 zijn de bovenste drie verdiepingen omgebouwd tot 72 appartementen en is de begane grond een verzamelingruimte voor zeer diverse organisaties: Het gemeentelijk Kunstencentrum Vrijdag was tot eind 2026 de grootste gebruiker, maar er is een yogastudio, fitness centrum, architectbureau, radiostudio….

Moesstraat 2 is de hoek van de Moesstraat en de Grachtstraat. Hier staat een kloeke woning uit 1866 met een trappetje: dit was vanaf 1902 tot 1972 een politiebureau. Aan de Grachtstraatkant zijn de tralies van een van de cellen bewaard gebleven. Naar verluidt werden veel dronkenlappen (moeskers en koemelkers) op een handkar door het poortje in de cellen gegooid.

Oud klooster, nu spirtueel centrum ‘Open de Poort’

Tegenover De Studio, bij Moesstraat 8, is de toren te zien van de Heilige Hartkerk. De rest van de kerk is in 1994 afgebroken vanwege de kleiner wordende katholieke gemeente. In de toren is de lift gebouwd voor de nieuwbouw. Er hoorde ook, op Moesstraat 20, een klooster bij voor de zusters Franciscanessen. Het is nu het centrum voor spiritualiteit “Open de Poort”.  De prachtige tuin achter het voormalige klooster grenst aan de lagere- of oude bewaarschool, Sint Ludgerusschool, in de Tuibouwdwarsstraat 11.

Het grote pand voor het voormalig klooster is huisvesting voor buitenlandse studenten.

Het hoekpand Moesstraat 33 Tuinbouwstraat, met op de begane grond café de Moesker en met woningen er boven, is in 1934 gebouwd. Het heeft twee opmerkelijke ronde hoeken met daarin bolle ramen. De architect, A. Feberwee, speelt met kleine en grote ramen en donker baksteen, met een sierlaag voor de begane grond tegen rood baksteen voor de bovenlagen. Horizontale lijnen van wit beton onderstrepen de dynamiek. De erkers beginnen op de eerste verdieping zodat de rooilijn niet wordt overschreden.

Moesstraat 46, het Ter Schouw-van Sanenhuis, was een gasthuis, uit 1929, met acht woningen voor ouderen (architect G. Bos). Het wettelijke pensioen voor ouderen (AOW) zal nog 48 jaar op zich laten wachten. Het waren privépersonen en kerken die zorgtaken voor wezen, minder bedeelden, ouderen op zich namen. Willem Ter Schouw liet voor ouderenzorg een erfenis na, ter nagedachtenis aan het werk van zijn ouders, Johannes Ter Schouw en Clementia van Sanen. Tegenwoordig is het pand van woningbouwvereniging Lefier en wordt het beheerd door Humanitas en is het een begeleid woonproject voor jongeren. Er zijn 12 kamers. Let op de prachtige glas in lood ramen rond de deur en op de eerste verdieping.

Moesstraat 98 is de ingang van de Noorderbegraafplaats die in 1827 werd aangelegd omdat door een epidemie het gemeentebestuur eiste dat begraafplaatsen buiten de stadsmuren moesten worden aangelegd. Een deel is, tot 1909, bestemd voor Joodse Groningers, waarna een nieuwe Joodse begraafplaats iets noordelijker aan de Iepenlaan wordt aangelegd. Op de Noorderbegraafplaats liggen een aantal bekende Groningers, waaronder Pieter Roelf Bos, de samensteller van de Bos-atlas.

Moesstraat 91 is de toegang tot de Flankeurspoort. De boven de poort aangebrachte gevelsteen met geit (rechts op de foto) verwijst naar alle waarschijnlijkheid naar de koemelkers, de kleine veehouders, die, voordat de Tuinwijk gebouwd werd, op dit stukje land woonden